Antwoord:
Omgevingsfactoren
- Controleer het gras rondom de oplaadstation. Als het te hoog of te dicht is, kan dit het zicht van de camera van de maaimachine blokkeren en het aanmeren verstoren.
- Plaats het oplaadstation niet in gebieden met intens direct zonlicht of diepe, wisselende schaduwen (bijv. veroorzaakt door bomen of gebouwen). Deze belichtingsomstandigheden kunnen het moeilijker maken voor de maaimachine om het aanmerkingspunt te herkennen.
- Plaats het oplaadstation op een vlakke, stabiele en horizontale ondergrond. Hellingen of oneffen ondergrond kunnen de uitlijning van de maaimachine tijdens het aanmeren verstoren.
Software-omstandigheid
- Open de app en ga naar Productinformatie om te controleren of de firmware, de appsoftware en eventuele gerelateerde plug-ins allemaal zijn bijgewerkt naar de nieuwste versies.
Hardware-omstandigheid
- Controleer in de app of op het systeemstatusscherm of de maaimachine het oplaadstation detecteert en herkent. Zwakke RTK-positionering of netwerksignaalvertragingen kunnen tijdelijke oriëntatieproblemen veroorzaken.
- Inspecteer de Binocular Cameras van de maaimachine op vuil, afval, krassen of fysieke beschadiging. Reinig of repareer ze indien nodig — een verduisterde of beschadigde camera kan het juiste herkennen van het oplaadstation en de omgeving verhinderen.
- Zorg ervoor dat het aanmerkingspunt op het oplaadstation schoon, onbeschadigd en volledig zichtbaar is. Een vervaagd, vuil of geblokkeerd aanmerkingspunt kan de maaimachine verwarren tijdens het aanmeren.
- Controleer of het oplaadstation is ingeschakeld. Als het geen stroom ontvangt, kan de maaimachine zijn aanwezigheid of laadstatus niet detecteren.
- Inspecteer de oplaadconnectoren op het station. Zorg ervoor dat ze stevig zitten, vrij zijn van corrosie en niet loszitten — elke aansluitingsprobleem kan voorkomen dat de maaimachine correct wordt opgeladen.